dinsdag 9 december 2014

"De Dwaling" van Jo Claes


“Schrijven is een weg door de hel, geplaveid met ontgoochelingen. Het is een bezetenheid, een levenslange straf, een vervloeking als de erfzonde.”

“Voor Edwin,
Ter herinnering aan de 50ste Boekenbeurs.
Van harte,
Jo Claes,
A’pen, 8.XI.’86”

“De Dwaling” was het eerste boek dat ik ooit op de Boekenbeurs heb laten signeren, bijna 30 jaar geleden. Ik herinner het mij nog goed: ik dwaalde daar wat rond, zoekend naar interessant leesvoer. Ik was vastbesloten om een gesigneerd boek mee naar huis te nemen. En daar zat hij, een beetje zielig, alleen … Jo Claes, toen nog een jonge en onbekende auteur, die daar poogde om zijn tweede boek te promoten, dat mij wel wat leek. Het was hij of Jos Vandeloo.
Onlangs vond ik dit boekje terug in een stapel vergeten lectuur. Ik herinnerde mij er niet veel meer van, behalve dat het een mysterieus verhaal was, dat zich afspeelde in een bibliotheek en dat er een duidelijke link was met het “Inferno” van Dante. En dat ik het goed moet gevonden hebben, want ik heb het destijds genomineerd in een boekenpoll van de studentenclub.

Na de tragische dood van zijn vrouw, is de door schuldgevoel geteisterde schrijver Samuel Durant genoodzaakt een nieuwe baan te zoeken. Hij is dan ook niet al te enthousiast wanneer hij een positie krijgt aangeboden als bibliothecaris in het niet nader genoemde plaatsje T. En van bij het begin valt het inderdaad tegen. De hopeloos verouderde bibliotheek is ondergebracht in een oud, donker, krakend gebouw, waar de verwarming voortdurend uitvalt. Lezers zijn er nauwelijks. De werknemers zijn moe en uitgeblust, alsof ze allen zitten te wachten op het einde. Op de koop toe blijkt al snel dat er oude, waardevolle boeken verdwijnen.

Durant besluit op zoek te gaan naar de verdwenen boeken en zoekt zich een weg door het duistere labyrint van de bibliotheek. Hij ontdekt verlaten gangen; in de stoffige ruimtes hangen schilderijen die afschrikwekkende taferelen en gruwelijke gedrochten afbeelden. Hoe dieper hij zich in de gebouw begeeft, hoe bevreemdender en angstaanjagender het wordt. Waar zijn de boeken naartoe? Wat is dat aanhoudende gebonk dat uit de ingewanden van het gebouw lijkt te komen? En wie is de mysterieuze stoker, die in de katakomben van het gebouw zou leven, maar die niemand ooit te zien krijgt?

De speurtocht van Durant in de bibliotheek is een zoektocht in zichzelf. Het is zijn queeste om te leren omgaan met het verlies, de pijn, met het schuldgevoel. En wat hij ontdekt is allesbehalve mooi. Maar hij zal het moeten ondergaan om loutering te vinden …

Jo Claes, die tegenwoordig vooral bekend is als auteur van misdaadverhalen, begaf zich met “De Dwaling” in de voetsporen van Johan Daisne en Hubert Lampo. Een magisch-realistische novelle, die geschreven is in een bijzonder krachtige, poëtische taal, die bol staat van de symboliek. Maar de stijl van Claes blijft steeds helder en toegankelijk – wat bij zijn voorgangers niet altijd het geval was.

Na herlezing laat “De Dwaling” bij mij nog een verpletterendere indruk na dan de eerste keer. Misschien omdat ik zovele jaren later zelf in zo’n onontwarbaar, donker labyrint terecht ben gekomen? De roman (novelle eigenlijk - het boekje telt slechts 95 bladzijden) is al lang niet meer verkrijgbaar, maar als je hem ooit tweedehands op de kop zou kunnen tikken … doen!

Jo Claes: De Dwaling. Schoten, Hadewych, 1986.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen