donderdag 31 december 2015

Reading challenges

Het voorbije jaar heb ik (voor de eerste keer) eens meegedaan met twee zgn. 'reading challenges'. De  eerste, "Ik lees Nederlands" deed ik mee omdat ik al een eeuwigheid vooral vastzit in Engelse en Amerikaanse lectuur. Ik deed voorzichtig mee met een doel van 5 oorspronkelijk Nederlandstalige werken, even later gecorrigeerd naar 10. Uiteindelijk heb ik er 27 gelezen. Een succes dus.

De andere was de vreemd getitelde "Popsugar leesuitdaging": 50 boeken lezen die elk aan een bepaald criterium voldoen. Uiteindelijk heb ik er 42 van de 50 kunnen invullen. Ook niet slecht.

Voor het komende jaar heb ik mezelf een nieuwe reading challenge opgelegd. Ik wil enkele klassiekers lezen van meer dan 100 jaar oud. Keuze genoeg: Dickens, Hardy, Trollope, Wells, Brontë, Stevenson, Dumas, Zola, ... staan allemaal op mijn verlanglijstje.  Hoeveel? Ik ga weer voorzichtig zijn en met 10 beginnen.

woensdag 30 december 2015

Top 5 van 2015

Opnieuw geen gemakkelijke opgave, wegens heel veel zeer goede boeken gelezen. Dit is mijn persoonlijke Top-5 van het afgelopen jaar, de boeken die me het meest hebben geboeid, ontroerd, verwonderd, geïnspireerd... :


1. De "Warlord"-trilogie van Bernard Cornwell

2. Oorlog en Terpentijn van Stefan Hertmans

3. Mockingbird van Walter Tevis

4. De Overgave van Arthur Japin

5. The Name of the Wind van Patrick Rothfuss

Slechtste boek dat ik heb (uit)gelezen:

Amok - Koning van Kongo van Ken Follet

maandag 28 december 2015

"The Loved One" van Evelyn Waugh

"They are a very generous decent lot of people out here and they don't expect you to listen. Always remember that, dear boy. It's the secret of social ease in this country. They talk entirely for their own pleasure. Nothing they say is designed to be heard."

Ik weet niet of het iets zegt over mij als persoon, maar ik heb een zwak voor humor die zich afspeelt in lijkenhuizen of begrafenisondernemingen. Misschien heeft het iets te maken met een manier om om te gaan met het onvermijdelijke einde? In ieder geval heb ik weer heel erg zitten grinniken met deze korte roman van Evelyn Waugh.

"The Loved One" speelt zich af in en rond het begrafenispark 'Whispering Glades', een waar paradijs waar de overleden dierbaren -de 'Loved Ones'- hun laatste rustplaats krijgen. Dennis Barlow is een weinig succesvolle Engelse dichter die naar Amerika is getrokken om een carrière te beginnen in Hollywood. Nu werkt hij echter voor 'Happier Hunting Grounds', een begrafenisonderneming voor huisdieren. Wanneer zijn gastheer zelfmoord pleegt, bezoekt Barlow 'Whispering Glades' om de begrafenis te regelen. Daar ontmoet hij Aimée Thanatogenos, een romantische, naïeve schoonheidsspecialiste wier taak het is om de overledenen zo mooi mogelijk op te smukken voor hun uitvaart. Hij voelt zich meteen tot haar aangetrokken. Maar ook Mr Joyboy, de hoofdbegrafenisondernemer, heeft een oogje op Aimée laten vallen.

"The Loved One" is harde, bijtende satire. De auteur, die zelf geen al te positieve ervaringen had in de Verenigde Staten, laat hier geen spaander heel van de oppervlakkige Amerikaanse samenleving. Maar ook de Engelse personages maken geen al te goede beurt. Het opsmukken van de 'Loved Ones' staat hier mooi symbool voor de menselijke hypocrisie: geen kost is te hoog om de overleden dierbaren (zowel mens als dier) te eren, maar de nog levende 'Loved Ones' worden als vuil behandeld.

De karikaturale personages, de flirtscènes in het bijzijn van de opgesmukte lijken, de hilarische dialogen... Ik vond dit alles onweerstaanbaar grappig (waarschijnlijk versterkt door het feit dat ik net de prachtige maar o-zo-deprimerende roman "Tess of the d'Urbervilles" gelezen had). Zwarte humor van de bovenste plank.

Evelyn Waugh: The Loved One. London, Penguin, 2000, 127 p.
Oorspr. uitgave: 1948

zaterdag 26 december 2015

"Tess of the d'Urbervilles" van Thomas Hardy

“A strong woman who recklessly throws away her strength, she is worse than a weak woman who has never had any strength to throw away.”

In een ver verleden heb ik nog wat tijd doorgebracht aan de Antwerpse Universiteit, het toenmalige UFSIA. Germaanse Filologie studeerde ik daar. Eén van de boeken die toen op de leeslijst stonden, was de Victoriaanse roman "Tess of the d'Urbervilles" van Thomas Hardy, een roman die ik destijds behoorlijk saai vond en die mij op het examen ook genekt heeft. Professor Kums bleef maar detailvragen stellen en ik wist verdorie niet meer hoe dat verdomde paard in het begin van het verhaal was gestorven. Nooit goed geweest in details...

Ironisch genoeg was nu, bijna 30 jaar later, het incident met het paard nog zowat het enige detail dat ik me kon herinneren van het boek (ik wist zelfs nog hoe dat beest heette). Nu heb ik mezelf een reading challenge opgelegd om in het komende jaar een aantal klassiekers van meer dan 100 jaar oud te lezen en het leek me een goed idee om mijn literaire smaak van toen naast die van nu te leggen. Thomas Hardy en zijn Tess moesten er dus opnieuw aan geloven.

Tess is de oudste dochter van de Durbeyfields, een arme plattelandsfamilie. Wanneer de familie ontdekt dat ze eigenlijk afstammen van de bekende en rijke d'Urbervilles, besluiten ze Tess naar de d'Urbervilles te sturen, in de hoop haar in die kringen te laten huwen, zodat ze zich opnieuw als een prestigieuze familie kunnen profileren. Tess zelf ziet dit niet zitten, maar wanneer ze zichzelf de schuld geeft van de dood van Prince, hun enige paard en belangrijkste inkomstenbron, geeft ze toe. Haar ontmoeting met de sluwe Alec d'Urberville loopt echter niet als gepland. De man misbruikt de onschuldige en wat naïeve Tess en laat haar zwanger achter - een gebeurtenis die de rest van haar leven zal domineren. Wanneer ze de knappe Angel Clare leert kennen, lijkt het geluk haar eindelijk toe te lachen, maar al gauw blijkt dat het verleden niet zomaar vergeten kan worden.

"Tess of the d'Urbervilles" is een onwaarschijnlijk droevige roman over een tijd dat beslissingen niet werden genomen uit overtuiging, maar omdat de maatschappij dat nu eenmaal verwachtte. Tess is op geen enkel moment verantwoordelijk geweest voor wat haar overkomen is, maar toch moet ze keer op keer boeten. Enige kennis over de Victoriaanse normen en waarden is dan ook nuttig bij het lezen van dit boek, hoewel de hypocrisie waarmee Tess wordt geconfronteerd iets van alle tijden is.

Het is eventjes wennen aan het uiteraard wat verouderde taalgebruik, maar eens je daardoor bent, is het boek helemaal niet moeilijk om te lezen. Hardy stopt zijn verhaal vol symboliek en motieven, die voor de moderne lezer wellicht weinig betekenis hebben - de nota's achteraan in het boek dragen wat dat betreft heel wat bij aan het appreciëren van de tekst. Het melodrama, de onwaarschijnlijke toevalligheden en de lange beschrijvingen moet je erbij nemen (geloof me, je leert hier veel meer over het melken van koeien dan je ooit had willen weten), maar het draagt allemaal bij aan de context. Als bijna-50'er heb ik veel meer van dit boek genoten dan als student. Laat dat examen maar komen, professor Kums...

Thomas Hardy: Tess of the d'Urbervilles. New York, Oxford University Press, 2008, 443 p.
Oorspr. uitgave: 1891

woensdag 23 december 2015

"The First Christmas" van Marcus J. Borg en John Dominic Crossan

Het is weer kerstperiode.  Tijd dus voor kitcherige decoraties, zoetsappige films op tv en kleffe kerstliedjes op de radio. Ach, ik zit er niets mee in om mee te doen aan de kerstrage. Toch probeer ik altijd nog wat zingeving te zoeken in het hele circus. Aangezien ik voor mijn reading challenge nog een boek moest lezen 'dat zich afspeelt rond Kerstmis', leek het me een goed idee om maar meteen eens naar de basis te gaan en het 'echte' kerstverhaal onder de loep te nemen, in dit boek van twee geleerden die zich heel hun carrière hebben gespecialiseerd in het leven van Jezus. Wat vertelt de Bijbel ons over de geboorte van Christus?

Het echte kerstverhaal, dus, of liever 'verhalen'. Meervoud. De auteurs maken al snel duidelijk dat de geboorte van Jezus door twee evangelisten wordt beschreven, maar dat het ook twee totaal verschillende verhalen zijn. Hun uitgangspunt is dat je de verhalen moet lezen zoals je andere literatuur leest. Dat betekent eerst en vooral bepalen wat het genre is. Dan pas kun je een juiste interpretatie geven. Deze twee verhalen zijn volgens de auteurs zowel parabels als parabolische ouvertures. Voor hen is het duidelijk dat het nooit de bedoeling is geweest van de auteurs om te beweren dat deze verhalen ook echt gebeurd zijn. Daarvan uitgaan zou de aandacht afleiden van de échte bedoeling van de verhalen.

Daarnaast kun je de betekenis pas achterhalen als je de verhalen in een zowel theologische als historische context plaatst en dat wordt hier op een heel beschouwelijke  en begrijpelijke manier gedaan. De auteurs laten ook niet na om te reflecteren over wat de relevantie van de kerstverhalen in onze tijden kan zijn, hoewel dat laatste toch vooral voor Amerikaanse lezers is bedoeld.

Interessant boek voor wie meer wil weten over de achtergrond van een van onze belangrijkste feestdagen en voor wie voorbij de over-commercialisering van Kerstmis wil kijken en de ware boodschap wenst te ontdekken.

Marcus J. Borg & John Dominic Crossan: The First Christmas - What the Gospels Really Teach About Jesus' Birth. New York, Harper Collins, 2007, 259 p.

zondag 20 december 2015

"Oorlog en Terpentijn" van Stefan Hertmans

"Een bom van groot kaliber sloeg in bij ons mitrailleursnest. We zagen de lichamen van onze makkers de lucht in vliegen, uit elkaar gerukte lichaamsdelen vlogen ons letterlijk om de oren."

Meer dan dertig jaar geleden kreeg Stefan Hertmans van zijn grootvader een aantal schriftjes, waarin die zijn levensverhaal had opgetekend. Lang nadat de man gestorven was, ging Hertmans daarmee aan het werk om het leven van zijn grootvader te reconstrueren. Het resultaat is een van de meest aangrijpende boeken die ik ooit gelezen heb.

Hertmans vertelt over zijn vroegste herinneringen aan zijn grootvader en maakt dan een flinke sprong terug in de tijd naar de jeugdjaren van Urbain Martien - het begin van een leven dat gekenmerkt zou worden door een opeenvolging van tragedies en desillusies.

Centraal in het boek - ook letterlijk - staan Martiens lotgevallen tijdens de Eerste Wereldoorlog. De gruwelen van die zwarte bladzijde uit de geschiedenis worden hier verhaald vanuit het vertelstandpunt van Urbain Martien zelf. Dit deel is bijzonder hard en de onwaarschijnlijke gruwelen die hij beschrijft contrasteren enorm met de breekbare natuur van de verteller die uit zijn woorden naar voor komt.

Voor het derde en laatste deel keert Hertmans terug als verteller. Zijn herinneringen aan zijn grootvader, vermengd met de nieuw ontdekte verhalen over diens leven, vormen een indringend en ontroerend portret van een man die hij pas jaren na diens dood echt heeft leren kennen.

Een schitterende roman over een door tragedies geteisterde man, die nooit hersteld is van het verlies van zijn geliefde én van de hel die hij tijdens de Grote Oorlog meemaakte. Een man die vurig en passioneel was, maar dat enkel via zijn schilderijen kon uiten. Prachtig geschreven, in een schitterende literaire taal, zonder daarom moeilijk te zijn. Een onwaarschijnlijk mooi boek.

Stefan Hertmans: Oorlog en Terpentijn. Amsterdam, De Bezige Bij, 2014, 334 blz.

zaterdag 19 december 2015

"We Have Always Lived in the Castle" van Shirley Jackson

"I have often thought that with any luck at all, I could have been born a werewolf, because the two middle fingers on both my hands are the same length, but I have had to be content with what I had."

Maak kennis met Merricat (oftewel Mary Catherine Blackwood), een van de meest bizarre romanpersonages die je ooit zult tegenkomen. Merricat woont samen met haar oudere zus Constance en hun dementerende oom Julian. De andere familieleden kwamen enige jaren geleden op mysterieuze wijze om het leven, een mysterie dat trouwens nooit werd opgehelderd. De dorpsbewoners mijden de familie als de pest, want ze zijn ervan overtuigd Constance de moord gepleegd heeft. Geen probleem voor Merricat, want ze is mensenschuw en de complete afzondering geeft haar alle gelegenheid om ongestoord haar droomwereldje, waarin ze met haar magische krachten oudere zus Constance beschermt, werkelijkheid te maken. Wanneer een verre neef, Charles, onverwacht voor de deur staat, met het aanbod om de twee jongedames te helpen, blijkt al snel dat zijn bedoelingen niet bepaald altruïstisch zijn. Maar Merricat is niet van plan om het ideale leventje van haar en haar zus zomaar overhoop te laten gooien.

Shirley Jackson, die o.a ook de klassieke spookroman "The Haunting of Hill House" en het lugubere kortverhaal "The Lottery" schreef, was een meesteres in sfeerschepping. In dit boek zijn het vooral de macabere passages, de ontroerende momenten en de bizarre humor die een unieke combinatie opleveren. Het is dan ook geen al te moeilijke opgave om uit te zoeken hoe bijvoorbeeld een regisseur als Tim Burton zwaar geïnspireerd werd door deze roman. Schitterend. Een echte aanrader.

Shirley Jackson: We Have Always Lived in the Castle". London, Penguin, 2009, 158 p.
Oorspr. uitgave: 1962

vrijdag 11 december 2015

"De blinde vlek" van Jo Claes

"Zijn gezicht stond op onweer. Hij zeulde de koffer de wagon in, nam plaats bij een van de raampjes en staarde nors voor zich uit. Er was niemand die het waagde naast hem te gaan zitten."

Dit is de derde misdaadroman van Jo Caes die ik lees, na "De mythe van Methusalem" en "De zaak Torfs". Ik begin een patroon te herkennen. Al die boeken beginnen met een redelijk lange 'proloog', waarin een personage uitgebreid wordt voorgesteld en in een situatie wordt geplaatst, die -zo voelt de lezer aan- tot een moord zal leiden. De belangrijkste verdachten worden hier ook geïntroduceerd. We maken een tijdsprongetje en ontmoeten hoofdinspecteur Tomas Berg. We worden even meegesleept in zijn privéleven, maar wanneer een misdaad wordt vastgesteld, begint het verhaal echt op gang te komen.

Ik heb geen probleem met zo'n formule. Integendeel, in misdaadverhalen is zoiets zelfs een beetje verplichte kost - een soort van een patroon dat elk boek een beetje anders wordt ingekleurd. "De blinde vlek" begint op de archeologische site Sagalassos in Turkije. De vondst van enkele zeer waardevolle munten zorgt voor heel wat opwinding, maar ook voor een schandaal wanneer de munten worden gestolen.  De archeologiestudent Simen Paulus wordt van de diefstal verdacht en hij ontvlucht Turkije naar zijn woonplaats Leuven. Daar wordt hij niet lang daarna dood aangetroffen. Een zaak voor Thomas Berg, die net slecht nieuws heeft gekregen en er dus niet al te happy bijloopt.

"De blinde vlek" is geen nagelbijter; de plotwendingen zijn niet uitzonderlijk ingenieus en de identiteit van de dader blijkt uiteindelijk niet echt zo'n grote verrassing te zijn. Claes kiest eerder voor een realistisch plot en geloofwaardige personages, boven spektakel. Toch weet Claes mij telkens weer geboeid te houden, door zijn vlotte schrijfstijl en door keer op keer weer heel wat mythologie en symboliek in het verhaal te verweven, waardoor je echt wel het gevoel hebt dat je veel meer zit te lezen dan een doordeweeks detectiveromannetje. Zijn andere boeken staan hier ook al klaar op mijn Boekenzolder.

Jo Claes: De blinde vlek. Antwerpen/Amsterdam, Houtekiet, 2009, 384 blz.

woensdag 2 december 2015

"Eilanden: De profetie" van Timo en Luc Descamps

"Reikon zette zijn benen wijd, klaar voor het gevecht.
'Wat gebeurt er als ik win?', vroeg Abu terwijl hij dichterbij kwam.
'Geloof me, oude man,' zei Reikon grijnzend. 'U zult niet winnen.'"

Ik heb Luc Descamps jaren geleden leren kennen als een zeer gewaardeerde collega op ons kleine schooltje. Als snel bleek dat wij heel wat gezamenlijke interesses hadden: indianen, muziek - vooral heel veel goede muziek. En boeken natuurlijk, vooral fantasy dan. Luc was toen een beginnend schrijver en ik heb altijd enorm veel bewondering gehad voor het feit dat hij besloot om zijn droom na te jagen en voltijds voor dat schrijverschap te gaan. Met succes, zo blijkt, want de nooit aflatende stroom van boeken die hij uitbrengt, toont zijn onuitputtelijke inspiratie en de lange wachtrijen op de Boekenbeurs bewijzen dat hij er nog veel succes mee heeft ook. Zodanig zelfs dat ik wat medelijden kreeg met de werkeloze collega-auteur die daar naast hem zat. De "Eilanden"-trilogie schreef Luc samen met zijn zoon Timo, en ik kan me voorstellen dat hij apetrots zal zijn om die twee namen samen op de boeken te zien pronken.

Een heel epistel, enkel maar om te verklaren waarom ik hier een jeugdboek zit te recenseren. Alsof ik dat zou moeten verantwoorden...

Een geïsoleerd eiland in een eindeloze oceaan. Een ideaalvoorbeeld van een waar paradijs. De eilandbewoners leven in perfecte harmonie met de natuur. Wapens en geweld zijn uit den boze. Sinds mensenheugenis leven de eilanders al in de wetenschap dat er andere eilanden bestaan, en dat er ooit  een samensmelting zal plaatsvinden. Een grootse gebeurtenis waarop al hun rites en rituelen gericht zijn. Ze zijn dan ook in verrukking wanneer een ander drijvend eiland aan de horizon verschijnt en de profetie lijkt uit te komen. Maar al snel blijkt dat de bezoekers minder fraaie bedoeling hebben. De vredelievende inwoners zijn niet bestand tegen de kwaadaardige krachten die hen en hun eiland bedreigen. De twee vrienden Thom en Jari staan nu voor de schier onmogelijke opdracht om hun eiland van de totale vernietiging te redden.

"Eilanden" is duidelijk voor een jonger publiek geschreven. De lezer moet zich met de jeugdige hoofdpersonages kunnen vereenzelvigen - wat inlevingsvermogen en een vleugje nostalgie helpen dan wel als je wat ouder bent (aan beide heb ik geen gebrek). Het verhaal is ook allesbehalve complex en de taal is eenvoudig en helder. Het feit dat een gezapige veertiger als ik bezwaarlijk nog tot de belangrijkste doelgroep kan worden gerekend, betekent echter niet dat ik niet van "Eilanden" kan genieten. Integendeel, ik heb het boek in twee dagen tijd uitgelezen, in een heel drukke periode waarin ik eigenlijk veel andere, belangrijkere, dingen te doen had. Delen 2 en 3 zullen er ook aan moeten geloven.

Timo Descamps en Luc Descamps: Eilanden - De profetie. Abimo, 2014, 262 blz.

zaterdag 28 november 2015

"Revival" van Stephen King

“This is how we bring about our own damnation, you know - by ignoring the voice that begs us to stop. To stop while there's still time.”

Sommige verhalen starten in volle actie - je zit dan als lezer van bij het begin in een sneltrein, die je niet meer kan verlaten vooraleer het verhaal ten einde is. Andere zijn helemaal anders - de personages staan daar centraal en het verhaal wordt soms tergend traag opgebouwd, om dan tot een geweldige climax te komen. Ik kan beide soorten appreciëren en een auteur als Stephen King is ook in beide een meester. Zijn "Revival" behoort tot het laatste type, zodanig zelfs dat je als lezer zelfs het gevoel hebt dat je tegen het einde een totaal ander boek aan het lezen bent dan in het begin. King is echter vaardig genoeg om dit in een samenhangend geheel te verpakken.

Als kleine jongen leert Jamie Morton dominee Charles Jacobs kennen. Van in het begin wordt hij gefascineerd door de man en zijn ideeën. Maar nadat hij op een gruwelijke wijze zijn vrouw en zoon verliest, verandert Jacobs. Een obsessie maakt zich van hem meester, die ook anderen aansteekt. Jamie Morton zal in de loop van zijn leven meermaals het pad kruisen met Jacobs en de dubbelzinnige gevoelens die hij voor hem heeft -respect voor de man die hij was en afschuw voor waar hij zich nu mee bezig houdt- vormen de basis voor deze roman.

Voor het grootste deel van het boek, heb je als lezer helemaal niet de indruk dat je een horrorroman zit te lezen. We krijgen het levensverhaal van Jaimie Morton voorgeschoteld; van de kleine jongen die met verwondering naar de wereld kijkt, tot de muzikant, wiens verslaving hem ei-zo-na het leven kost en die 'gered' wordt door Charles Jacobs. Slechts af en toe geeft King kleine suggesties dat er meer staat te gebeuren, soms enkel door te verwijzen naar andere verhalen. Het zullen waarschijnlijk dan ook enkel 'ervaren' lezers zijn die deze hints zullen oppikken. We zijn al een stuk voorbij de helft wanneer de toon verandert - de focus ligt nu op de obsessie van Jacobs; zijn streven om de krachten van elektriciteit te beheersen om zo het Leven te kunnen controleren. De link met Mary Shelly's "Frankenstein" is duidelijk. Het einde is dan weer onvervalst Lovecraftiaans, en als je "The Great God Pan" van Arthur Machen kent (dat ik, niet toevallig, net voor "Revival" gelezen heb - zie mijn recensie), zal de impact des te groter zijn.

Voor mij kan "Revival" stante pede in de lijst van Kings meesterwerken worden bijgevoegd, hoewel het voor de grote massa misschien iets minder toegankelijk is dan bijvoorbeeld een "The Shining" of "Carrie". Grootse horrorliteratuur, die zoveel meer is dan de goedkope schrikeffecten waarvan zovele andere genreauteurs zich bedienen.

Stephen King: Revival. London, Hodder, 2015, 372 p.
Oorspr. uitgave: 2014

"The Great God Pan" van Arthur Machen

"All these things are but dreams and shadows. There is a real world, as beyond a veil. It may be strange, but it is true, and the ancients knew what lifting the veil means. They called it seeing the great god Pan."

Het was niemand minder dan Stephen King die dit boekje onder mijn aandacht bracht. Zijn boek "Revival" draagt hij namelijk op aan een hele reeks horrorauteurs die hem hebben beïnvloed, met een bijzondere opdracht

"(...)  And ARTHUR MACHEN, whose short novel "The Great God Pan" has haunted me all my life."

Dokter Raymond is ervan overtuigd dat er achter de dunne sluier van onze wereld een andere wereld schuilt. Hij experimenteert op de jonge Mary om een blik achter die sluier te werpen. Die verborgen wereld blijkt zo angstaanjagend te zijn, dat iedereen die haar aanschouwt, sterft van pure angst, zelfmoord pleegt, of krankzinnig wordt.

Machen beschrijft nergens de horror op zich, maar laat zijn personages vertellen wat ze gezien of vernomen hebben. Dit schept een zekere afstand, die het mysterie enkel maar vergroot. Het zijn niet de gruwelijke gebeurtenissen zelf die angst aanjagen, maar de suggestie van de gruwel, die ieder van ons te wachten staat. Het is een techniek die bekend zal zijn bij lezers van de grote H.P. Lovecraft, die ook nooit onder stoelen of banken heeft gestoken dat hij erg beïnvloed was door Machen.

Het verhaal is meer dan honderd jaar oud en gratis op het internet te vinden, zowel in tekst- als in audioversie. Het voelt voor de moderne lezer wellicht een beetje gedateerd aan, maar dat 'creepy' sfeertje dat gecreëerd wordt, blijft echt wel hangen. Interessant ook om te zien waar auteurs als Lovecraft, King en bijvoorbeeld ook een Clive Barker de mosterd hebben gehaald.

Arthur Machen: The Great God Pan. Wildside Press, 2005, 82 p.
Oorspr. uitgave: 1894

zaterdag 21 november 2015

"The Inimitable Jeeves" van P.G. Wodehouse

“'- Good Lord, Jeeves! Is there anything you don’t know?’ 
- 'I couldn’t say, sir.'”

Ik hou van afwisseling in mijn lectuur. Het gebeurt dan ook zelden dat ik twee boeken van eenzelfde genre achter elkaar lees, laat staan van dezelfde auteur. Na een thriller, een fantasyroman en non-fictie over archeologie, vond ik dat het tijd was om nog eens iets komisch te lezen. Eentje van een van de grootmeesters: P.G. Wodehouse.

"The Inimitable Jeeves" vertelt de lotgevallen van Bertie Wooster, een jongeman uit de Britse hogere klasse, en zijn butler Jeeves. Het is eigenlijk geen roman, maar een verzameling van losjes aan elkaar gelinkte kortverhalen. Als er al een rode draad is, is dat Berties ontzagwekkende tante Agatha, die hem tegen wil en dank probeert te koppelen aan wat voor haar aanvaardbare jongedames zijn. Gelukkig is daar steeds Jeeves, die voor elk probleem een pasklare oplossing lijkt te hebben.

"The Inimitable Jeeves" is het eerste in een lange reeks boeken over het onnavolgbare tweetal, hoewel het niet de oudste verhalen bevat. Een mooi staaltje van typisch Britse humor, die mij geweldig goed ligt. Bijzonder geestig en, hoewel de verhalen al bijna een eeuw oud zijn, zeer vlot leesbaar. Een pareltje.

P.G. Wodehouse: The Inimitable Jeeves. London, Arrow, 2008, 253 p.
Oorspr. uitgave: 1923

dinsdag 10 november 2015

"Trifla" van Sterre Carron


"Ze had veel zin om het uit te schreeuwen. Maar haar schreeuw werd onderdrukt. Immers, ze had zoveel schreeuwen vanbinnen."

Als je thrillerschrijfster Sterre Carron mag geloven, loopt het in en rond Mechelen vol met moordzuchtige psychopaten. Tot hiertoe hadden die het vooral gemunt op vrouwen en kinderen, maar hoe lang kan het duren vooraleer de auteur haar duivels loslaat op anderen? Al te kritische recensenten, om maar wat te noemen.

In "Trifla" verdwijnen enkele vrouwen spoorloos. Voor de lezer wordt het snel duidelijk dat ze ontvoerd werden door weer een van die psychopaten, maar hoofdinspecteur en kersverse moeder Rani Diaz en haar team staan voor een raadsel. Zij moeten zien uit te vissen wat de verdwijningen met elkaar te maken hebben en wie ervoor verantwoordelijk is. Juist, dat klinkt allemaal heel herkenbaar, maar originaliteit moet je in dit soort thrillers dan ook niet zoeken. Het is aan de auteur om deze herkenbare elementen zo te gebruiken dat de lezer geboeid blijft lezen, dat hij om de personages kan geven en met hen kan meeleven. Dan pas kan er echte spanning zijn. En dat lukt Sterre Carron met verve.

"Trifla" is alweer het vierde boek rond Rani Diaz en met deze roman neemt Carron nog maar eens een flinke sprong vooruit vergeleken met haar eerste drieluik. De taal is iets rijker, de personages meer uitgewerkt... Dat alles brengt met zich mee dat "Trifla" wat meer diepgang heeft dan de voorgangers, zonder dat het daarbij aan leesbaarheid moet inboeten. Het verhaal is spannend, schokkend zelfs. Niet enkel door de grafische beschrijvingen van de gruwelen die de slachtoffers moeten ondergaan, maar ook door ... Neen, ik ga niet te veel vertellen. Het volstaat om te zeggen dat Rani Diaz, na alle persoonlijke ellende die ze in de voorgaande boeken moest doorstaan, ook nu weer niet bepaald gespaard blijft.

Wie mijn recensies van Sterre Carrons vorige werken heeft gelezen, weet dat ik mijn bedenkingen had bij haar soms wat vreemde woordkeuze en dat, wat spelling betreft, vooral de komma's een eigen leventje leken te leiden. Ik ben blij om te melden dat ik na het lezen van "Trifla" weinig klachten heb over dat taalgebruik en dat de komma's hier uitstekend hun werk doen. Ook hier een stap voorwaarts, dus.

Aanrader voor wie houdt van vlotte, spannende thrillers zonder al te veel pretentie.

Sterre Carron: Trifla. Witsand, 2015, 354 blz.


zondag 8 november 2015

"The Name of the Wind" van Patrick Rothfuss

(Ned.: "De naam van de wind")

“Do not mistake me for my mask. You see light dappling on the water and forget the deep, cold dark beneath.”

Er bestaan nogal wat clichés in de fantasyliteratuur. Ook "The Name of the Wind", het debuut van Patrick Rothfuss, ontsnapt daar niet aan. Een openingsscène in een herberg. Check. Het hoofdpersonage is een wees. Check. De jongeman blijkt over uitzonderlijke talenten te beschikken. Check. Hij gaat in de leer bij een leermeester. Check. De held-in-wording heeft steeds goede bedoelingen, maar wordt misbegrepen en komt daardoor steeds in de problemen. Check ... Zo kan ik nog wel even doorgaan. Die clichés zijn net wat ik niet zoek in fantasy. En toch greep dit boek mij van in het begin bij mijn nekvel.

Aan het begin van het verhaal ontmoeten we Kote, eigenaar van de herberg 'The Waystone Inn'. Niemand vermoedt dat deze goedmoedige, onopvallende man in werkelijkheid de legendarische held Kvothe is. Wanneer op een dag een kroniekschrijver de herberg betreedt, besluit Kvothe om zijn levensverhaal te laten optekenen ...

Kvothe groeit op in een reizend gezelschap van muzikanten en acteurs. Maar op een kwade dag wordt de volledige groep afgeslacht door de mythische Chandrian. Kvothe blijft alleen over. Jarenlang overleeft hij als bedelaar, alvorens hij de 'Universiteit' bereikt, waar hij hoopt meer te weten te komen over de Chandrian, en tegelijkertijd een opleiding te krijgen tot alchemist en magiër. Maar dat alles gaat natuurlijk niet zonder de nodige hindernissen.

Schitterend boek! Heel meeslepend geschreven, in een prachtige taal. De spanning wordt soms tergend traag opgebouwd - de klemtoon ligt op het uitwerken van (vooral) het hoofdpersonage. Rothfuss neemt er zijn tijd voor en als lezer moet je dat ook doen. Het is vooral de verwachting aan wat komen gaat, die de lezer aan de bladzijden gekluisterd houdt. Het blijft dus afwachten of delen 2 en 3 die verwachtingen zullen inlossen.

Toch een waarschuwing voor mensen die vooral houden van epische fantasy, met grootse veldslagen, flitsende actie en hordes afgrijselijke creaturen ... Dit alles zul je nauwelijks vinden in dit boek. Er gebeurt eigenlijk niet echt veel in dit verhaal. Kvothes jonge jaren doen meer aan Dickens denken dan aan een Lord of the Rings. Zijn verblijf op de Universiteit leest als een Harry-Potter-voor-volwassenen; mét de intriges, maar zonder de grootse avonturen. Het is pas tegen het einde dat stilaan het avontuurlijke karakter van het boek bovenkomt. "The Name of the Wind" telt bijna 700 bladzijden, maar aan het eind heb je het gevoel dat je enkel een inleiding hebt gelezen op een groots avontuur. En dat zou dan moeten volgen in deel 2: "The Wise Man's Fear". Ik ben benieuwd.

Patrick Rothfuss: The Name of the Wind. London, Gollancz, 2008, 662 p.
Oorspr. uitgave: 2007

zaterdag 31 oktober 2015

"Het Kaïnsteken" van Jo Claes

"'Herinneringen kleven niet aan gebouwen,' antwoordde de vreemdeling koud. 'Herinneringen kleven aan het geheugen en het geweten van mensen.'"

Monte San Lorenzo is een typisch rustig, Toscaans dorpje. De inwoners kennen elkaar door en door en er wordt heel wat geroddeld. We volgen enkelen van hen: de stokoude pastoor, de dolverliefde kapper, de jonge weduwe, de overspelige burgemeester,... Al gauw blijkt dat een gebeurtenis van vele jaren geleden als een donkere schaduw over het dorpje hangt. Wanneer een mysterieuze vreemdeling in het dorpje verschijnt, die de ruïne van de oude synagoge wil ombouwen tot een hotel, wordt Monte San Lorenzo opnieuw geconfronteerd met dat duistere verleden.

Na "De dwaling" en "Postume dood" is dit de derde literaire roman van Jo Claes die ik lees - een serie boeken die hij schreef voor hij aan de misdaadboeken rond inspecteur Thomas Berg begon. Eén thema komt in elk van die boeken terug: het hoofdpersonage dat een zwaar persoonlijk verlies lijdt en zijn leven omgooit om te proberen daarmee om te gaan. In "Het Kaïnsteken" is dat de joodse Tom Rinkeveen, die twee grote verliezen probeert te boven te komen. Daarvoor trekt hij, zonder dat hij zelf helemaal beseft waarom, naar het geboortedorp van zijn moeder.

Verwacht van deze boeken van Claes geen simpel verhaaltje, met een afgeronde conclusie. De eenvoudige structuur en de heldere taal zijn wat dit betreft wat misleidend. Als lezer moet je echt wel je weg zoeken in de informatie die Claes aanreikt, om helemaal te begrijpen wat er speelt. Ik vond dit boek minder sterk dan "Postume dood" en zeker "De dwaling", maar de symboliek die Claes telkens in zijn romans verwerkt, maakt dit toch weer tot een boeiend werkje.

Jo Claes: Het Kaïnsteken. Antwerpen/Baarn, Houtekiet, 1994, 159 blz.

vrijdag 30 oktober 2015

"The Eyeless" van Lance Parkin

"The Doctor nodded. His attention wandered back to the Fortress. He needed to get on with what he'd come here to do."

De Doctor arriveert tussen de ruïnes van de stad Arcopolis. Hij is daar om een bijzonder krachtig wapen uit te schakelen -  een wapen dat jaren geleden niet enkel de bevolking van Arcopolis heeft uitgeroeid, maar het potentieel heeft om ravage aan te richten in het gehele universum. Maar er blijken overlevenden te zijn van de catastrofe. En sommigen van hen hebben andere plannen met het wapen. Op de koop toe verschijnen ook mysterieuze wezens ten tonele, die zich The Eyeless noemen en die hun eigen agenda hebben. Voor de Doctor wordt de vernietiging van het wapen plots heel wat dringender.

Doctor Who is één van mijn 'guilty pleasures'. Ik mis geen enkele aflevering van de tv-serie en ik lees af en toe ook graag al eens een roman die op de reeks gebaseerd is. De tie-ins verschenen vroeger zeer frequent (wel twee per maand), en werden door de fans zeer geapprecieerd in de lange jaren dat er geen 'Doctor Who' op tv kwam. Daar zaten dan ook echt wel pareltjes tussen. Echte sciencefiction, die het niveau van de doorsnee tie-infictie vaak ver overtrof. Toen in 2005 de nieuwe serie uitkwam, veranderde uitgever BBC Books ook het concept van de romans. De boeken werden heel wat minder complex en moesten nu ook een ander, lees: jonger, publiek kunnen bekoren. Sindsdien is het niet meer wat het geweest is. 'The Eyeless' is wel een van de betere 'moderne' romans: de typering van de Doctor is heel goed, en het verhaaltje is onderhoudend. Niet meer, niet minder.  Maar ik mis wel de oude reeksen van Virgin en BBC Books.

Lance Parkin: The Eyeless. BBC Books, 2008, 249 p.

woensdag 28 oktober 2015

"The First Americans" van J.M. Adovasio (met Jake Page)

"But here they were, two apparently firm dates that would completely change my life."

Nog eens een non-fictieboek vastgenomen en dan grijp ik al gemakkelijk naar iets over één van mijn grote hobby's: cultuur en geschiedenis van de Amerikaanse indianen. In dit geval gaat het om een boek dat focust op de archeologie die zich bezighoudt met de vraag wie de eerste Amerikanen waren, waar ze vandaan kwamen en wanneer ze in Amerika terecht zijn gekomen.

Het antwoord is niet in enkele regeltjes samen te vatten en de meningen erover zijn -op z'n zachtst gezegd- nogal verdeeld. J.M. Adovasio, zelf een befaamd archeoloog, geeft een helder overzicht van de evolutie van de Amerikaanse archeologie en zo leren we net zo veel, zo niet meer, over de vele wetenschappers die zich pakweg de laatste 200 jaar aan dit complexe vraagstuk hebben gewaagd, als over de eerste Amerikanen zelf. Het is een verhaal van nijd, jaloezie en scheldpartijen tussen wetenschappers van verschillende strekkingen. Een ware archeologen-oorlog, dus.  Zelf Louis Leakey, de archeoloog en paleontoloog die waarschijnlijk de belangrijkste bijdagen heeft geleverd aan het onderzoek naar de oorsprong van de mens in Afrika, beet zijn tanden stuk op het 'Amerikaanse' vraagstuk.

James Adovasio heeft zelf een belangrijke bijdrage geleverd in de discussie, vooral door zijn onderzoek van de site in Meadowcroft, en daarom is dit werk waarschijnlijk niet volledig objectief. Maar zijn argumenten en bewijsvoering klinken in ieder geval overtuigend. "The First Americans" is een populair-wetenschappelijk werk dat erg vlot leest. De auteurs weten soms bijzonder moeilijke materie op een heel begrijpelijke manier uit te leggen.  Bovendien is het op een onderhoudende, soms zelfs geestige manier geschreven.  Een aanrader voor wie in de materie geïnteresseerd is.

J.M. Adovasio with Jake Page: The First Americans - In Pursuit of Arcaeology's Greatest Mysteries. New York, Modern Library, 2002, 330 p.

zondag 18 oktober 2015

"All Flesh is Grass" van Clifford D. Simak

"I wasn't driving fast and there was a lot of room for the truck to pass me, and there was not a thing to hit - and then I did hit something"

Als uit het niets verschijnt er rond een klein Amerikaans stadje een onzichtbare koepel. Niemand kan de stad meer binnen - of buiten. Zonder contact met de buitenwereld zijn de dorpsbewoners op zichzelf aangewezen. De isolatie confronteert hen met elkaar... en met zichzelf.

Het zou een korte inleiding over "Under the Dome" van Stephen King kunnen zijn, maar dit gaat wel degelijk over "All Flesh is Grass" van de Amerikaanse sciencefictionschrijver Clifford D. Simak, dat in 1965 werd gepubliceerd. Het lijkt waarschijnlijk dat King, als kenner van oude sciencefiction en horror, wel op de hoogte was van Simaks boek. Kunnen we dus van plagiaat spreken?

Ach, King stofte wel eens eerder oude concepten af, om er dan iets totaal nieuws van te maken. Niet als lijkenpikkerij, maar als eerbetoon en het lijkt mij niet ondenkbaar dat dat hier ook het geval is. Bovendien is het enkel het uitgangspunt dat gelijk is - "Under the Dome" en "All Flesh is Grass" zijn twee totaal verschillende romans. Verwacht geen horrortoestanden of krankzinnige personages die anderen afslachten. Neen, dat was niet het soort schrijver dat Simak was. Zijn personages zijn veel geloofwaardiger, en menselijker. Een vuistgevecht tussen twee heethoofden is dan ook het meest gewelddadige dat je hier zult vinden. Simak schreef vooral ideeënromans, en aan ideeën ontbreekt het dan ook niet.

Een buitenaards ras sluit het stadje Milville volledig af van de buitenwereld. Niet dat ze daar slechte bedoelingen mee hebben - het is een experiment, waarmee ze de mensheid willen zien te doorgronden, en hen hun kennis aan te bieden in ruil voor samenwerking.  Maar dan ze hadden geen rekening gehouden met de vijandigheid van het menselijke ras. Brad Carter, een mislukt immobiliënmakelaar uit Milville, wordt door de wezens aangezocht om verbindingspersoon te spelen tussen hen en de mensheid. Maar ook hij bijt zijn tanden stuk op het onbegrip en de domheid van zijn soortgenoten.

Simak was nooit de meest opwindende sciencefictionschrijver van zijn generatie. Een wat gezapige stijl - echt veel gebeurt er niet. Dit boek voelt ook wat verouderd aan, en ik kan me voorstellen dat jongere lezers zich hier wellicht niet door aangesproken voelen. Maar dit is het soort boeken waarmee ik opgegroeid ben, en iets lezen van die Golden Age-generatie, voelt voor mij steeds weer als thuiskomen. "All Flesh is Grass" mag dan misschien niet Simaks allerbeste werk zijn, toch vond ik dit best een onderhoudende roman.

Clifford D. Simak: All Flesh is Grass. London, Methuen, 1985, 255 p.
Oorspr. uitgave: 1965


vrijdag 25 september 2015

"The Land That Time Forgot" van Edgar Rice Burroughs

(Ned: "Het tijdvergeten land")

"The thing raised its head and looked about until its eyes rested upon us; then it gave vent to a most appalling hiss that rose to the crescendo of a terrific shriek and came for us."

1916. Een Amerikaans schip wordt gekelderd door een Duitse onderzeeër. Bowen Tyler en de knappe Lys LaRue overleven, maar worden - samen met een groep Britten - gevangen genomen door de Duitse bemanning. De U-boot raakt echter uit koers en belandt op een afgelegen eiland, waar de tijd stil blijkt te hebben gestaan. Het wordt bevolkt door bloeddorstige dinosauriërs. In deze omgeving moeten Bowen & co. zien te overleven tussen de gevaren van de prehistorische monsters én de verraderlijke Duitsers.

Wanneer de avonturiers verder trekken, ontmoeten ze ook aapachtige wezens en hoe verder ze zich noordwaarts verplaatsen, hoe hoger de rassen ontwikkeld blijken te zijn. Dan wordt Lys ontvoerd door brute, Neanderthal-achtige wezens. Bowen verlaat de groep om Lys te bevrijden. Tijdens zijn zoektocht ontsluiert hij het geheim van het eiland.

Edgar Rice Burroughs plukte zijn ideeën rijkelijk uit de destijds populaire literatuur. "Tarzan" was duidelijk beïnvloed door "Jungle Book" en zijn "Pellucidar"-boeken werden geïnspireerd door Jules Vernes "Naar het middelpunt der aarde". Voor "The Land That Time Forgot" haalde hij zijn ideeën o.a. bij Arthur Conan Doyles "The Lost World". Steeds lukte het hem om die ideeën om te zetten in avontuurlijke, opwindende eigen verhalen. Zo ook "The Land That Time Forgot". Ja, dit werd bijna honderd jaar geleden geschreven en dat merk je. De taal is uiteraard niet modern, de "wetenschap" is achterhaald en het verhaal staat bol van de clichés en stereotypes: de boosaardige Duitsers, de hulpeloze "damsel-in-distress",... Dit was onvervalste pulp en destijds razend populair. Ik weet niet hoe "nieuwe" lezers zullen reageren op het werk van Burroughs, maar voor mij is dit pure nostalgie. Geweldig om te herlezen, dus.

Edgar Rice Burroughs: The Land That Time Forgot. New York, Ballentine Books, 1992
Oorspr. uitgave: 1918

vrijdag 11 september 2015

"Tunnel in the Sky" van Robert A. Heinlein

“I’m talking about the real King of the Beasts, the only animal that is always dangerous, even when not hungry. The two-legged brute… Man is the one animal that can’t be tamed."

Robert Heinlein was een zeer veelzijdig sciencefictionschrijver. Sommige van zijn beste werken worden onder de 'juveniles' gerekend - tegenwoordig zouden we dat YA noemen. Concreet betekent dat gewoon dat de verhalen wat minder complex zijn, dat de hoofdpersonages vooral jong-volwassenen zijn en dat er minder seks en politiek in voorkomt dan in zijn 'volwassen' romans. "Tunnel in de Sky" is één van die 'juveniles'.

Het onderwijs in de toekomst wordt heel ernstig genomen: praten over een onderwerp is niet voldoende - je leert pas iets als je het aan den lijve ondervindt. Studenten die de cursus "Survival" volgen, mogen hun eindexamen dan ook letterlijk nemen: ze worden naar een geheime en gevaarlijke locatie gestuurd, waar ze tien dagen in barre omstandigheden en omringd door gevaarlijke fauna moeten zien te overleven - en lang niet iedereen keert levend weer.

Rod Walker is één van de studenten van Patrick Henry High School die via een ruimtetunnel naar een afgelegen planeet worden gezonden. Gesterkt door zijn uitstekende opleiding en geholpen door een aantal medestudenten, weet hij de tien dagen moeiteloos te overleven. Maar er blijkt iets te zijn foutgelopen. De studenten worden niet terug opgehaald en wanneer de tijd verstrijkt, lijkt het erop dat ze de rest van hun leven hier zullen moeten doorbrengen. Ze moeten nu een nieuw leven opbouwen, te midden van de vele gevaren: het helse klimaat, de mysterieuze en dodelijke 'stobor' - en elkaar.

Het uitgangspunt van deze roman doet sterk denken aan "Lord of the Flies" - geïsoleerd van de rest van de wereld, komt de ware aard van de jongeren naar boven. Maar waar Golding zijn personages laat degenereren tot een groepje wildemannen, laat Heinlein een heel wat positiever beeld van 'de mens' zien - zijn personages zijn wel in staat om een goed functionerende samenleving te creëren, hoewel dat ook lang niet zonder slag of stoot gaat. Of "Tunnel in the Sky" een rechtstreekse reactie is op Goldings klassieker, weet ik niet (de roman verscheen in 1955, een jaar na "Lord of the Flies"), maar het lijkt me wel waarschijnlijk. Enkele scènes aan het eind van het boek zouden zo als parodie op Goldings verwilderde jongens gezien kunnen worden.

Robert A. Heinlein: Tunnel in the Sky. New York, Del Rey, 1977, 214 p.
Oorspr. uitgave: 1955

zaterdag 5 september 2015

"The Man Who Sold the Moon" van Robert A. Heinlein

(Ned.: "De man die de maan verkocht")

"The chart gives 1978 as the date for the first rocket to the moon; I will give anyone odds that 1978 is the wrong date, but I will not bet that it will not happen sooner." (Robert Heinlein, 1949)

Robert Heinlein was dan misschien niet de beste, maar zeker één van de belangrijkste sciencefictionauteurs ooit. In een tijd dat SF-verhalen nog meestal bestonden uit avontuurlijke verhalen waarin zap-geweren efficiënt gebruikt werden tegen boosaardige buitenaardse wezens, kwam Heinlein -ongeveer gelijktijdig met schrijvers als Asimov en Clarke- op de proppen met verhalen waarin  de wetenschap realistischer werd en technologie een grotere rol ging spelen in de verhaalplots. Ook de mens achter al die technologische vooruitgang werd belangrijker.

Zo creëerde Heinlein een eigen, plausibele 'future history' (ook wel de 'Heinlein Timeline' genoemd): een tabel waarin hij een 'geschiedenis van de toekomst" uittekende op technologisch en sociologisch gebied. Heel wat van zijn verhalen gepubliceerd tussen 1939 en 1950 pasten netjes in dit geschiedenisoverzicht.

In de bundel "The Man Who Sold the Moon" worden de vroegste verhalen die in deze Future History thuishoren, gebundeld. Ze beschrijven de 'toekomst' tot ongeveer het jaar 2000 (tja, in die tijd was dat natuurlijk nog toekomstmuziek). In veel van de verhalen wordt vooral veel gepraat. De wetenschap evolueerde in die tijd zo snel, en dat gaf auteurs als Heinlein ongekende mogelijkheden om te speculeren. Hij liet zijn personages daar honderduit over vertellen. Die technologie mag nu dan wel achterhaald zijn, maar als je je kunt verplaatsen in de mens van de eerste helft van de vorige eeuw, herken je in die verhalen wel dat geweldige gevoel van optimisme over wat de toekomst te bieden heeft.

In het centrale verhaal in dit boek, de novelle "The Man Who Sold the Moon", verschijnt D.D. Harriman, die al sinds hij een kind was droomt om naar de maan te reizen. Heel zijn leven probeert hij alles in het werk te stellen om dat te verwezenlijken. Hij wordt een meedogenloze zakenman, die voor niets terugdeinst om zijn doel te bereiken. Grappig om te zien hoe Heinlein in dit verhaal uit 1949 zowel de eerste maanlanding al commerciële ruimtereizen voorspelde. In "Requiem" zien we Harriman terug als oude man, nog steeds dromend van die ruimtereis. Een ontroerend slot van een opmerkelijk boek.

Heinlein was één van de auteurs die mij in mijn jeugd SF leerde waarderen. Hoewel niet al zijn  boeken nog steeds de moeite waard zijn, blijf ik hem graag lezen.

Robert A. Heinlein: The Man Who Sold the Moon. London, NEL, 1981
Oorspr. uitgave: 1950

woensdag 2 september 2015

"Amok - Koning van Kongo" van Bernard L. Ross (Ken Follet)

(Oorspr. titel: "Amok - King of Legend")

"Toen zagen zij Amok. Hij zat hoog in de ophangingskabels van de brug, waar hij zich met twee voeten en één hand vasthield. In zijn andere hand hield hij Purity."

Zoöloog Harry Kaminsky is met een filmploeg in Afrika om een documentaire over olifanten op te nemen. Daar horen ze de inboorlingen spreken over de legendarische "Amok" - een gigantische godheid die in staat is om met één slag de ruggengraat van een olifant te breken. Geïntrigeerd door de verhalen, volgen ze het spoor van Amok, die een gigantische aap blijkt te zijn. Maar dan worden ze gevangengenomen door een groep pygmeeën, die de knappe regieassistente Purity offeren aan hun godheid Amok. Harry en zijn team moeten nu de jungle in om Purity uit de klauwen van de aap te halen. En ze zien meteen een mogelijkheid om het monster te vangen en het naar San Francisco te brengen om het daar aan het publiek te tonen.

Als deze samenvatting en de omslagillustratie je zouden doen vermoeden dat er meer dan een toevallige gelijkenis bestaat met het verhaal van die andere gigantische aap, heb je overvloed van gelijk. Een korte historiek.

In 1976 bracht John Guillermin zijn veelbesproken remake uit van "King Kong". Alle uitgeverijen zaten dan ook te azen op de publicatierechten van de oorspronkelijke roman van Edgar Wallace. Uitgeverij Futura viste achter het net en besloot dan maar om een jonge, beginnende auteur te vragen om een eigen roman te schrijven 'over een reusachtige aap'. Die auteur was niemand minder dan de toen nog onbekende Ken Follet en het resultaat was deze "Amok - King of Legend", dat gepubliceerd werd onder Follets pseudoniem Bernard L. Ross.

OK, het verhaal wijkt hier en daar wel een beetje af van "King Kong". Zo is er meer aandacht voor het ontstaan van het monster, is de aap geen gorilla, maar een gigantische slingeraap (wat dat betreft is de omslag nogal misleidend), en worden de avonturiers niet geconfronteerd met dinosaurussen, maar met reusachtige nijlpaarden, giraffen en leeuwen. Maar het blijft toch heel erg naar een zwaar geval van plagiaat ruiken.

Ik kan me voorstellen dat Ken Follet niet bepaald trots is op dit hackwerk. Bijster goed geschreven is het ook al niet. Maar gezien al het moois dat de auteur later heeft geproduceerd, denk ik dat we hem dit misbakseltje wel zullen kunnen vergeven.

Bernard L. Ross: Amok - Koning van Kongo. Rotterdam, Ridderhof, 1977, 232 blz.

zaterdag 29 augustus 2015

"Erfschuld" van Arnaldur Indridason

(Oorspr. titel: "Skuggasund")

"(...) hij dacht aan wat hij had geleerd in de tijd dat hij zijn eerste stappen als rechercheur zette. Onder geen enkele omstandigheid in het toeval geloven. Nooit."

Het is best frustrerend. Heb je net een voor jou nieuwe auteur ontdekt, van wie je wel meer wil lezen, en het lukt je niet om zijn naam te onthouden. Bovendien is het dan nog een naam die je met de beste wil van de wereld ook niet kunt uitspreken, ondanks de attente instructies vooraan in het boek. En dan blijk je met een standaard klavier ook nog niet eens in staat om de naam correct te schrijven. Het is me wat... Die auteur is Arnaldur Indridason (of zoiets) en hij zorgde bij mij voor een primeur: de eerste IJslandse schrijver die ik gelezen heb.

In zijn appartement in Reykjavík wordt een stokoude man vermoord aangetroffen. Al snel blijkt dat hij zich tijdens zijn laatste levensdagen had vastgebeten in een moordzaak die tientallen jaren geleden -tijdens de oorlogsjaren- heeft plaatsgevonden. Toen werd een jong meisje, verkracht en  vermoord, teruggevonden in een steegje achter het Nationaal Theater. De oude man was destijds één van de agenten die de zaak onderzochten en oplosten, hoewel er steeds twijfel bleef bestaan over de ware toedracht van de zaak. Oud-rechercheur Konrad voelt zich geroepen om de politie te helpen de moord op te lossen, maar om de moordenaar te vinden zal hij eerst moeten uitzoeken wie zovele jaren geleden dat meisje van het leven heeft beroofd.

Het is weer eens wat anders -  een misdaadverhaal dat volgestouwd is met oude tot zeer oude personages, hoewel we hen ook leren kennen tijdens hun jonge jaren. De genre-aanduiding 'literaire thriller' is hier wat mij betreft zeer misleidend. Ik zie hier geen thriller in, en met dat 'literair' heb ik altijd al moeite gehad. Ik neem aan dat 'literaire thriller' gewoon beter verkoopt dan 'geriatrisch misdaadverhaal', of hoe je deze roman ook zou kunnen bestempelen. Dit is dus gewoon een misdaad- of detectiveverhaal. Eentje dat heel meeslepend is, maar ik heb er niet bepaald bij zitten trillen. Ik hou echt wel van dit soort mysteries, waarbij de oplossing gevonden moet worden in een ver verleden. Wat dat betreft deed dit boek me wat denken aan één van mijn favoriete auteurs, Robert Goddard, hoewel dit rechtlijniger en minder complex is dan de boeken van Goddard. De ontknoping was voor mij niet echt verrassend, maar het verhaal kent voldoende plotwendingen én interessante personages om tot het einde te blijven boeien. Aanrader.

Arnaldur Indridason: Erfschuld. Amsterdam/Antwerpen, Querido, 2015, 271 blz.
Oorspr. uitgave: 2013

"De vlucht van de Capricorn" van Ron Goulart

(Oorspr. titel: "Capricorn One")

"Dus welke weg staat alleen nog maar voor hen open? Ze moeten ervoor zorgen dat niemand ons ooit levend terugziet."

"De vlucht van de Capricorn" is de novelisatie van de bijna vergeten film "Capricorn One" van Peter Hyams uit 1978. Opvallend is dat van "Capricorn One" maar liefst twee romanbewerkingen verschenen zijn. In de V.S. verscheen dit boek van Ron Goulart, in het V.K. schreef niemand minder dan de toen nog onbekende Ken Follett (onder het pseudoniem Bernard L. Ross) zijn eigen versie.

Drie astronauten staan klaar om de grootste reis uit de menselijke geschiedenis te ondernemen: zij zullen de eerste mensen zijn die een voet op Mars zetten. Het is een belangrijke onderneming. Het succes ervan moet garanderen dat er nog voldoende zal worden geïnvesteerd in het ruimtevaartprogramma. Maar vlak voor de lancering worden de astronauten afgevoerd naar een afgelegen locatie in de woestijn. Ze worden gedwongen om de hele reis van de Capricorn van op deze locatie te simuleren en de hele wereldbevolking op die manier te bedriegen. Voor de astronauten wordt echter al snel duidelijk dat ze het hele avontuur niet mogen overleven.

Hoewel dit meer een actiethriller is dan een sf-verhaal, werd dit boek destijds uitgebracht in de bijzonder interessante en veelzijdige Zwarte Beertjes SF-reeks van Bruna. Daarin werd, naast de belangrijkste auteurs uit het genre, af en toe ook de grootste pulp gepubliceerd (waarbij ik 'pulp' helemaal niet als negatief beschouw). Dit boek behoort duidelijk tot het laatste. Vaak proberen auteurs van novelisaties iets toe te voegen aan de filmversie: personages worden uitgediept, krijgen een achtergrond en de motivatie voor hun handelen wordt verduidelijkt. Niet in dit boekje, echter. Goulart vertelt gewoon het verhaaltje; enige diepgang of inzicht in de personages is ver te zoeken. Niet veel te vertellen over dit boekje, dus. Goed voor enkele uurtjes aangenaam tijdverdrijf, maar het zal even snel vergeten zijn.

Ron Goulart: De vlucht van de Capricorn. Utrecht/Antwerpen, Bruna, 1979, 188 blz.
Oorspr. uitgave: 1978

"Killer of Men" van Christian Cameron

"They should have killed the husband. Because that night, Ephesus changed sides, and the Ionian Revolt began, in a corridor in the women's quarters. The Long War. And like the Trojan War, it started over a woman."

"Killer of Men", het eerste deel van de "Long War"-serie, speelt zich af in de zesde eeuw voor Christus. Arimnestos is de zoon van een smid, die niets liever zou willen dan zijn vader opvolgen. Door omstandigheden wordt hij echter naar een oude krijger gestuurd, die hem opleidt tot een echte 'doder'. Hij onderscheidt zich in een aantal veldslagen, maar in één van die gevechten wordt hij verraden door een familielid en raakt hij buiten bewustzijn. Hij ontwaakt in de door de Perzen gecontroleerde Griekse stad Efeze - als slaaf. Daar ontmoet hij een aantal historische figuren als Heraclitus, Hipponax en Aristagoras en raakt hij betrokken in de "Lange Oorlog": de strijd tussen de Grieken en de Perzen. Arimnestos zal alles doen om zijn vrijheid te herwinnen en terug te keren naar zijn geboorteplaats, waar hij zijn erfrecht wil opeisen.


Ik lees bijzonder graag historische fictie, ook als het gaat over zgn. militaire historische fictie, een genre waar dit boek toe behoort. Voor mij is het belangrijkste hoe je kunt inleven in de personages en dan moeten deze personages ook sterk en interessant zijn. Daar schort het wel eens in dit genre: te veel gevechten en te weinig ontwikkeling van de personages maken voor mij al snel een boek saai. Niet bij Christian Cameron echter. Hoewel de balans toch wel duidelijk overslaat naar grootse veldslagen en bloederige slachtpartijen, is er voldoende variatie en is zijn Arimnestos een heel interessant personage, waardoor ik echt wel met hem kon meeleven. Ik ga zeker de vervolgen lezen.


Christian Cameron: Killer of Men. London, Orion, 2010, 411 p.

"Logan's Run" van William F. Nolan en George C. Johnson

"Logan let out a breath. It sounded like a word. The word it sounded like was 'Sanctuary'."

Films en boeken als "The Hunger Games", "The Maze Runner" en "Divergent" zijn momenteel razend populair. Het genre is nochtans niet nieuw. Deze bestsellers behoren tot een lange traditie van verhalen die 'dystopieën' worden genoemd. Toegegeven, ze hebben weinig gemeen met de 'grote werken' uit deze traditie: "1984", "Brave New World", "A Clockwork Orange",... "Logan's Run", dat voor het eerst in 1967 werd gepubliceerd, kan echter wel beschouwd worden als een blauwdruk voor de moderne YA-dystopieën.

De maatschappij wordt gecontroleerd door de Thinker, een AI. Mensen worden maximum 21 jaar oud. Op die leeftijd moeten ze zich aanmelden bij een sleepshop, waar ze worden geëlimineerd. Niet iedereen wil zich bij dat lot neerleggen; velen proberen te vluchten en hun weg te vinden naar het mythische 'Sanctuary'. Maar deze 'Runners' worden opgespoord door 'Sandmen' en genadeloos geëxecuteerd. Logan 3 is zo'n Sandman. Wanneer hij zelf 21 wordt, beslist hij om nog één belangrijke daad te stellen vooraleer hij naar een sleepshop gaat. Hij zal bij de Runners infiltreren om zo te weten te komen waar Sanctuary precies ligt, zodat hij het toevluchtsoord van de Runners kan vernietigen. Maar stilaan begint Logan sympathie te krijgen voor de Runners en wanneer hij verliefd wordt op één van hen, Jessica 6, dringt het bij hem pas volledig door in wat voor een waanzinnige wereld hij opgegroeid is. Hij wordt zelf een echte Runner en zijn zoektocht naar Sanctuary krijgt een heel ander doel: overleven.

Actie-sf van de bovenste plank. Het verhaal houdt er voortdurend de vaart in. Een contrast met de  meer contemplatieve sf die ik tegenwoordig vaak lees. Toch is dit geen hersenloze actiethriller. Jongeren die rebelleren tegen de oudere generatie en zelf het heft in handen nemen, om dan te beseffen dat de radicale verandering van de maatschappij die ze hebben veroorzaakt al even erg is als de samenleving van hun voorouders: het boek is duidelijk een product van z'n tijd (1967), maar kan ook vandaag nog als actueel beschouwd worden.

"Logan's Run" werd tweemaal verfimd: éénmaal voor het grote scherm en éénmaal voor televisie, maar noch film, noch tv-reeks hebben veel gemeen met het boek. Er zou ook een nieuwe versie aangekondigd zijn, die meer aansluit bij de roman, maar het hoofdpersonage dan weer een geslachtswissel geeft. Ik ben benieuwd, maar voorlopig hou ik het toch maar bij het aanbevelen van dit oorspronkelijke werk. Een uitgelezen kans voor fans van o.a. Suzanne Collins en Veronica Roth om te leren waar hun favoriete auteurs de mosterd gehaald hebben.

William F. Nolan & George C. Johnson: Logan's Run. New York, Vintage, 2015, 167 p.
Oorspr. uitgave: 1967

zaterdag 15 augustus 2015

"Het uur tussen hond en wolf" van Maarten 't Hart

"Het huis is ondertussen minstens een ton in waarde gedaald. De enige manier om nog iets van het geld terug te zien is over dit alles een boek te schrijven..."

Melchior is een jonge schrijver die plots veel succes kent met zijn boek 'Een koppel braamsluipers'. Hij krijgt onverwacht een grote som geld ter beschikking en besluit dat te investeren in een groot huis in Amsterdam, waarvan een aantal vrienden een deel zullen huren. Eén van hen, Frederik Koudvuur, zorgt al van in het begin voor heel wat overlast en laat na zijn huur te betalen. Dit leidt onvermijdelijk tot een groot conflict, dat zelfs de goedmoedige Melchior tot wanhoop drijft.

"Het uur tussen hond en wolf" leest minder als een roman dan als een afrekening. En inderdaad, het boek blijkt autobiografisch geïnspireerd te zijn (wat niet verwonderlijk is bij 't Hart). Na het plotse succes van "Een vlucht regenwulpen" investeerde 't Hart ook in vastgoed, waarna hij in een zwaar conflict kwam met zijn huurder, de vertaler Hans W. Bakx. Dat hij hier jaren later nog een roman over schreef, toont aan dat 't Hart de feiten nooit echt verwerkt had. Bakx blijkt trouwens enige jaren later een reactie te hebben gepubliceerd, "Midas' tranen", met zijn visie op het verhaal.

Lang niet 't Harts beste werk; daarvoor ontbreekt de nodige typische humor, is het allemaal te oppervlakkig en te weinig meeslepend. Het lukt 't Hart ditmaal niet om zijn frustraties op een elegante manier neer te pennen. Maar het boek heeft me wel genoeg geïntrigeerd om op zoek te gaan naar dat boek van Bakx, om ook de andere kant van het verhaal eens te lezen.

Maarten 't Hart: Het uur tussen hond en wolf. Amsterdam, De Arbeiderspers, 1987, 141 blz. 

vrijdag 14 augustus 2015

"The Questing of Kedrigern" van John Morressy

"I heard of one king's son who kissed a beautiful princess and sent her and her entire household into a deep sleep. Someone finally had to send for an old witch to come and prick everyone's finger with a spindle in order to get them moving again."

Hoewel ik aan een angstaanjagend tempo nieuwe boeken blijf bijkopen, duik ik graag af en toe eens in mijn boekenkasten om een boekje uit te kiezen dat al heel lang ligt te wachten om gelezen te worden. Zo heb ik in de jaren '80 een reeks boekjes aangekocht over de tovenaar Kedrigern. Ik heb er toen eentje van gelezen, en vond dat heel goed, maar het is pas onlangs dat ik de rest van de reeks ben beginnen lezen.

Kedrigern is een relatief jonge tovenaar, pas 166 jaar oud, maar toch al een klinkende naam onder zijn mede-tovenaars. Kedrigern is een bijzonder goedmoedig man, maar nogal lui. Hij haat reizen en drukte, en blijft nog het liefst in alle rust in zijn woning op Silent Thunder Mountain. Maar zijn knappe vrouw Princess wil wel eens een stapje in de wereld zetten en Kedrigern laat zich overhalen om zich toch onder de mensen te begeven. Foute keuze, want ze worden ongewild betrokken in een ruzie tussen twee dronken tovenaars en Princess wordt per ongeluk omgetoverd tot een kikker. Ondanks zijn rijke ervaring met dergelijke zaken, lukt het Kedrigern niet om de spreuk ongedaan te maken en hij zal op zoek moeten gaan naar de oude, machtige tovenaar Arlebar, de enige die van Princess terug een prinses kan maken. Tijdens zijn queeste ontmoet Kedrigern een hele resem kleurrijke figuren: Handsome, een onuitstaanbaar ijdele prins; een overenthousiaste prinses, die niets liever doet dan zingen; een draak die in alliteraties spreekt, de Dood in Hoogst Eigen Persoon (die ook wel eens een steekje laat vallen),... In zijn reis moet hij langs verraderlijke en gevaarlijke plaatsen trekken (waaronder een mysterieuze futuristische locatie die L.A. wordt genoemd).

De draak wordt gestoken met een hele hoop fantasy- en sprookjesclichés. Het doet af en toe wat denken aan de vroegste boeken uit de Discworld-saga van Terry Pratchett. Een heerlijk lichtvoetig tussendoortje.

John Morressy: The Questing of Kedrigern. New York, Ace, 1987, 202 p.

woensdag 12 augustus 2015

"Matsya" van Sterre Carron

"Een roofdier speelt ook eerst met zijn prooi om hem dan pas te verorberen. Precies. Zo wil ik het doen."

Ellen Verbeek is een succesvolle pediatrisch chirurg, en privé heel gelukkig met haar man Mark en haar twee kindjes. Haar leventje wordt echter volledig overhoop gehaald als aan het zwembad van hun huis het lichaam van de kinderoppas vermoord wordt aangetroffen. Al snel blijkt dat de moordenaar het op Ellen zelf gemunt heeft - een zwarte bladzijde uit Ellens verleden wordt terug geopend. Hoofdinspecteur Rani Diaz wordt op de zaak gezet. Zij zal haar eigen demonen moeten overwinnen om de zaak succesvol te kunnen afronden.

Het derde boek van Sterre Carron en minstens op het niveau van voorganger "Tirtha". Sterre Carrons stijl is herkenbaar: ze houdt de beschrijvingen kort en schrijft geen letter te veel. Daardoor ontbreekt het misschien wat aan diepgang, maar het houdt de vaart er wel in.
"Matsya" is geen thriller waarbij je tot op de laatste bladzijde op het puntje van je stoel zit om te weten te komen wie de dader is. Al vrij vroeg wordt duidelijk hoe de vork in de steel zit. De spanning blijft er echter wel in omdat de auteur lang niet altijd de meest voor de hand liggende keuzes maakt, en daar heeft Sterre Carron toch wel wat voor op veel van haar collega's.

Enkel jammer dat dit boek -zoals de voorgangers- wat ontsierd wordt door een reeks redactionele probleempjes. Enkele feitelijke foutjes, wat taal- en spelfouten,... Vooral komma's hebben de neiging om te ontbreken, of juist daar op te duiken waar ze niets te zoeken hebben. Dit zal echter de meeste lezers niet afleiden van wat voor de rest een zeer degelijke, spannende en goed geschreven thriller is.

Sterre Carron: Matsya. Blaricum, NAU, 2014, 368 blz.

maandag 10 augustus 2015

"Random Acts of Senseless Violence" van Jack Womack

"They killed the President today so they let us out of school early. They shot him while he was going from a building to his car. I didn't like him but he was the President so I should feel sad they said at school but I don't really."

Voor haar 12de verjaardag krijgt Lola Hart een dagboek cadeau. In dat dagboek -dat ze, heel toepasselijk, Anne noemt- begint ze alles neer te pennen wat er in haar leven gebeurt. Deze roman van Jack Womack is samengesteld uit Lola's dagboekfragmenten.

Lola schrijft vooral over dingen waarmee 12-jarige meisjes zich bezighouden: haar vriendinnen, de kleine probleempjes thuis, de ruzietjes met haar zus, haar ontluikende romantische en seksuele gevoelens,...
Wanneer de familie door geldproblemen moet verhuizen naar een groezelige achterbuurt, verandert haar leven volledig. Haar oude vriendinnen laten haar vallen als een baksteen en ze maakt kennis met de straatjongeren uit haar nieuwe buurt.  Haar familie krijgt het hoe langer hoe moeilijker. Op de achtergrond zien we ook de 'big picture': grootscheepse rellen breken uit, enkele presidenten werden gedood en de samenleving verandert in een maatschappij van chaos en geweld. Lola moet nu haar onschuld achter zich laten en leren overleven in een gewelddadige maatschappij.

Een dystopie die zich afspeelt in heel nabije toekomst die griezelig realistisch lijkt. We volgen de tenondergang van een familie, maar tegelijkertijd ook van een hele maatschappij. Geen oppeppend boek, maar een harde kijk op onze wereld en waar die op afstevent.

Jack Womack: Random Acts of Senseless Violence. London, Gollancz, 2013, 225 p.
Oorspr. uitgave: 1993

"Yellowmoon" van Johan Deseyn

"Terwijl Haylan Rasschino daar ondersteboven met zijn ingewanden tegen het raam gekleefd hing, vroeg hij zich af hoeveel liters bloed er eigenlijk in een menselijk lichaam aanwezig waren."
 
Soms heb ik heimwee naar de pre-internetdagen. Toen had je nog massa's zogenaamde fanzines. Soms waren dat kopieën van bedenkelijke kwaliteit, die gewoon samengeniet werden; bij andere titels was de kwaliteit bijna professioneel. O.a. de hoge posttarieven en de mogelijkheden van het internet hebben die fanzine-markt bijna volledig doen verdwijnen. Ik ben jarenlang geabonneerd geweest op SF-Gids en Cerberus - beide SF-, fantasy- en horrormagazines die volgepropt stonden met artikels, recensies en kortverhalen. Fantastisch was het om elke keer weer een nieuw nummer in de brievenbus te vinden. Eén van de namen die me steeds is bijgebleven is die van Johan Deseyn, die in beide tijdschriften zijn verhalen publiceerde. Het is pas onlangs dat ik ontdekte dat de man ook al een imponerende reeks horrorromans op zijn naam heeft staan. De Vlaamse Stephen King wordt hij nu zelfs genoemd. Ik was benieuwd.

 Het draait in "Yellowmoon" allemaal rond Melchior Multcher, een wat 'trage' jongeman die al heel zijn leven beschimpt en bespot wordt en daar zijn buik van vol heeft. Zijn vriend Lorne vindt het een goed idee op hem wat op te beuren. Hij stelt voor om een oude indiaanse demon op te roepen, die Melchiors belagers zou aanpakken. Uiteraard gelooft Lorne zelf helemaal niet in die flauwekul, maar ach, als Melchior zich er beter door kan voelen... Maar al gauw sterven een aantal van Melchiors kwelgeesten op een gruwelijke manier. Hebben ze toch echt een demon op de wereld losgelaten?

Eén ding heeft Deseyn alvast gemeen met King: verschillende personages worden uitvoerig voorgesteld, hun leven wordt helemaal uit de doeken gedaan, om enkele bladzijden later genadeloos te worden afgemaakt. Deseyn schrikt er ook niet voor terug om belangrijke personages datzelfde lot te bezorgen.

Ik moet zeggen dat ik aanvankelijk een beetje teleurgesteld was. Van de psychologische diepgang waarover in sommige recensies gewag wordt gemaakt, heb ik niet echt veel gemerkt. Het probleem is vooral dat er niet echt een hoofdpersonage is waarmee ik kan meeleven en dan is er ook nooit echt spanning. De zogenaamd indiaanse mythologie komt mij ook bijzonder weinig authentiek over. Bovendien ben ik tegen nogal wat redactionele fouten gelopen (zo wordt één van de hoofdpersonages, Raven Daramantez, plots voor een hele alinea Rachel). Op zich geen ramp, maar het leidt wel af van het verhaal.

Ongeveer halverwege het boek herinnerde ik me echter plots hoe je dit soort werken moet lezen: verstand op nul zetten en de boel gewoon over je laten heenkomen. Eens je die knop hebt omgedraaid, is dit boek een feest van rondvliegend bloed, ingewanden, urine, braaksel en andere onwelriekende zaken. Dit boek doet denken aan de vele Amerikaanse B-films, en dat is waarschijnlijk precies de sfeer die de auteur wou oproepen. Ik voelde me weer even in mijn jonge dagen, toen ik gruwel-horror als de stationsromannetjes van de reeksen Spook-thriller en John Sinclair, Spokenjager verslond. Versta me niet verkeerd; Deseyns proza is stukken beter dan die pulp, maar het sentiment kwam wel weer terug. Subtiel is het allemaal niet en daar blijft Deseyn toch heel wat achter bij zeg maar een Stephen King. Maar als je dit leest voor wat het is, is dit best een goede roman. Het zal waarschijnlijk niet lang duren vooraleer ik opnieuw mijn verstand op nul zet en een boek van Johan Deseyn vastneem.

 Johan Deseyn: Yellowmoon. Westerlo, Kramat, 2007, 493 blz.


dinsdag 28 juli 2015

"De zeven nachten" van Clem Schouwenaaars

"Dit is het onschatbaar bezit dat ik nooit veroveren zal: moed. De meest elementaire, mannelijke moed, niet leidend tot heldendaden (...), maar tot het standhouden voor moeilijkheden waarbij de principes van eerlijkheid en goedheid op het spel staan."

Markus Trafman is een student van bescheiden afkomst. Wanneer hij Monique leert kennen -de dochter van een senator- ziet hij een nieuwe toekomst. Hoewel hij haar heel genegen is, voelt hij geen liefde, maar hij ziet in haar wel een middel om zich op te werken en hij verlooft zich met haar. Maar dan leert hij Anna kennen en ervaart wat echte liefde is. Ook met haar begint hij een relatie. Wanneer zijn dubbelleven niet langer vol te houden is, moet hij een keuze maken.

Markus Trafman is geen sympathiek hoofdpersonage. Hij is zich daar zelf ook bewust van. Al de andere personages omschrijft hij met veel waardering; voor zichzelf heeft hij heel wat minder respect: "Ik ben een man van omwegen, gemakkelijke oplossingen, eigenbelang." Maar steeds houdt hij zichzelf voor: 'Ik ben jong. Ik profiteer', zonder zich vragen te stellen bij de consequenties van zijn levensstijl. Tot hij op een wel heel harde manier geconfronteerd wordt met de tragische gevolgen zijn keuzes.

Geen grootse filosofische vraagstukken, maar herkenbare, universele gevoelens. De situatie en het taalgebruik doen wat oubollig aan (het boek dateert dan ook al van 1964), wat moderne lezers misschien kan afschrikken, maar voor mij blijft Clem Schouwenaars een onterecht wat vergeten auteur.

Clem Schouwenaars: De zeven nachten. Schoten, Hadewijch, 1988, 110 blz.
Oorspr. uitgave: 1964

maandag 27 juli 2015

"A Heartbreaking Work of Staggering Genius" van Dave Eggers

(Ned.: "Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit")

“We are the bright new stars born of a screaming black hole, the nascent suns burst from the darkness, from the grasping void of space that folds and swallows--a darkness that would devour anyone not as strong as we. We are oddities, sideshows, talk show subjects. We capture everyone's imagination.”

Op nauwelijks enkele weken tijd verliest Dave Eggers zijn beide ouders aan kanker. Daardoor komt hij alleen te staan om zijn 8-jaar oude broertje op te voeden. De relatie tussen de twee is tegelijk hartverwarmend en dolkomisch. Dit is vooral een boek over jong zijn, over de wereld willen veranderen en over de muren waar je vaak tegenaan loopt.

Deze autobiografische roman was het debuut van Dave Eggers en is zonder meer opmerkelijk te noemen. En het begint allemaal al voor het eigenlijke verhaal aanvangt. In de inleiding bespreekt hij uitvoerig de zinloosheid van inleidingen en geeft in tussentijd nog enkele tips over hoe je dit boek best leest. Een knap staaltje van zelfrelativering, die de wat grootsprakerig lijkende titel in perspectief zet. Bijzonder grappig ook... waarna je dan enkele bladzijden later meteen geconfronteerd wordt met het overlijden van zijn ouders en er een heel ander gevoel wordt opgewekt.

Schitterend geschreven. Eggers weet  duidelijk taal te gebruiken om weer te geven wat hij wil. Af en toe leutert hij maar wat aan ... maar daarover had hij ons in de inleiding zelf al gewaarschuwd. Dit maakt het geheel enkel maar sympathieker.

Wat mij vooral zal bijblijven is de sprankelende, energieke schrijfstijl die Eggers hanteert. Hij heeft duidelijk niet enkel de ambitie om de wereld te veranderen - hij gelooft echt dat hij dat ook zal doen. En wie zal hem tegenspreken...? Het minste dat je kunt zeggen is dat "A Heartbreaking Work of Staggering Genius" een zeer bijzondere leeservaring is.

Dave Eggers: A Heartbreaking Work of Staggering Genius. London, Picador, 2007, 437 p.
Oorspr. uitgave: 2000

"Excalibur" van Bernard Cornwell

(Ned.: "Excalibur")


“Only a fool wants war, but once a war starts then it cannot be fought half-heartedly. It cannot even be fought with regret, but must be waged with a savage joy in defeating the enemy (...)"

Mijn recensies van de eerste twee delen:
The Winter King
Enemy of God

"Excalibur" is het sluitstuk van de "Warlord"-trilogie van Bernard Cornwell, waarin hij een eigen versie geeft van het Koning Arthur-verhaal, zoals dat echt gebeurd zou kunnen zijn. Eerder al sprak ik mijn waardering uit voor de eerste twee delen en "Excalibur" gaat op hetzelfde elan verder.

Merlin en de priesteres Nimue hebben alle magische schatten van Brittannië verzameld en zijn ervan overtuigd dat ze via een spectaculair ritueel de Oude Goden terug kunnen brengen, zodat die de dreigende invasie van de Saksen voorgoed kunnen afwenden. Maar daarvoor blijkt meer nodig. Om de Goden gunstig te stemmen zal een mensenleven  moeten geofferd worden ... en niet zomaar een mens. Enkel het offeren van een zoon van een koning zal volstaan. Arthur gelooft niet in die religieuze onzin en is ervan overtuigd dat het zijn legers zijn die de Saksen zullen moeten verslaan. Dit leidt onvermijdelijk tot een conflict tussen Arthur enerzijds en Merlin en Nimue anderzijds. Derfel Cadaern, de verteller van het verhaal, komt daardoor tussen twee kampen te zitten. In dit deel komen we te weten hoe hij van de machtige krijger veranderd is in de monnik die het verhaal vertelt.


Ik heb geen woorden meer om deze serie te bewieroken. Dit hoort zonder twijfel tot het beste wat ik ooit gelezen heb. Ik kan dan ook niet meer doen dan deze boeken van harte aanbevelen aan iedereen die in historische fictie en/of fantasy geïnteresseerd is.

Bernard Cornwell: Excalibur. London, Penguin, 2011, 496 p.
Oorspr. uitgave: 1997


zondag 26 juli 2015

"De pianoman" van Bernlef

"Hij zat niet in zichzelf. Hij keek naar zichzelf, van buitenaf als het ware. Alsof hij het over een ander had."

In 2005 werd in Engeland een jongeman aangetroffen die niet geïdentificeerd kon worden. Hij sprak niet en communiceerde enkel via tekeningen en muziek. Maandenlang kon niet achterhaald worden wie hij was. Uiteindelijk bleek het om de Duitser Andreas Grassi te gaan.

Bernlef vertrekt vanuit dit verhaal, maar plaats de origine van de pianoman op het platteland in het noorden van Nederland. Thomas Boender groeit op in een gezin waar stilte heerst. Zijn ouders zeggen enkel het hoognodige tegen elkaar. Daardoor leert Thomas nooit om te communiceren met woorden. Enkel zijn lerares Jenny lijkt in hem te geloven. Als ze hem leert pianospelen, ontdekt hij voor de eerste maal een middel om zich uit te drukken.

Uit angst voor zijn agressieve vader, vertrekt Thomas thuis. In Amsterdam ontmoet hij het Britse meisje Chris, met wie hij de wijde wereld intrekt. In Engeland laat Chris hem aan zijn lot over.

"De pianoman" was het boekenweekgeschenk van 2008. Een knappe novelle over communicatie en de gevolgen die ontstaan als je problemen hebt om te communiceren. Het verhaal op zich is weinig spectaculair, maar Bernlef weet op een bijzonder mooie manier de isolatie van Thomas weer te geven.

Bernlef: De pianoman. CPNB, 2008, 91 blz.

zaterdag 25 juli 2015

"Papillon" van Henri Charrière


"Je hoeft het me niet te vertellen, ik weet dat toen Napoleon het bagno uitvond en men hem de vraag stelde: 'Door wie wilt u deze bandieten laten bewaken?,' antwoordde: 'Door nog ergere bandieten.' Ik ben er later achter gekomen dat de oprichter van het bagno niet gelogen had.

Dit boek werd mij aangeraden door een collega, die het al vele malen heeft gelezen en het beschouwt als het beste dat hij ooit gelezen heeft. In een heel ver verleden heb ik de verfilming met Steve McQueen wel gezien, maar daar herinner ik me niet veel meer van.

Dit boek bevat de geromantiseerde memoires van Henri Charrière, die in 1931 werd voor een moord die hij niet begaan heeft. Hij werd overgebracht naar het 'bagno' in Frans-Guyana. Daar begint een onwaarschijnlijke opeenvolging van ontsnappingen en gevangennemingen. Er zijn nogal wat twijfels of alles wat Charrière in zijn 'autobiografie' schrijft, authentiek is, en het lijkt inderdaad allemaal wel flink bijgekleurd, maar wat wel zeker is, is dat de man een heel avontuurlijk leven moet geleid hebben.


Een literair meesterwerk is "Papillon" zeker niet. De schrijfstijl is allesbehalve poëtisch, en het klinkt meer als iemand die 'tall tales' zit te vertellen. Charrière kan ook niet bepaald beschuldigd worden van valse bescheidenheid - hij bleek de 'man die alles' kan te zijn, en hij laat niet na dit meermaals in de verf te zetten. Als je je daar  over kan zetten, is dit echt wel een meeslepend verhaal. Ik heb dan ook genoten van dit boek, hoewel ik af en toe toch wel het gevoel had dat er wat te veel herhaling in voorkwam. Toch een terechte klassieker.

"Papillon" van Henri Charrière. Amsterdam, Meulenhoff, 2010, 543 blz.
Oorspr. uitgave: 1969

"De zaak Torfs" van Jo Claes

"Voor het eerst had Berg het gevoel dat alle puzzelstukjes in elkaar begonnen te vallen, behalve één."

In 2008 publiceerde Jo Claes zijn eerste misdaadverhaal rond hoofdinspecteur Thomas Berg, "De zaak Torfs". Voordien schreef hij vooral literaire romans en novellen en non-fictie, en dit boek was voor hem dan ook een hele ommekeer. Het heeft hem geen windeieren gelegd. Zo won Claes met "De mythe van Methusalem" de Gouden Strop. Heel verdiend, want ik vond dat boek bijzonder sterk en het zette me aan om meer van Claes' misdaadromans te lezen. Wellicht een goed idee om bij het begin te beginnen.

"De zaak Torfs" speelt het zich  af in de wereld van de kunst. Pieter Torfs, gerenommeerd kunstexpert en -restaurateur, wordt benaderd door een beeldschone vrouw, die een schilderij heeft geërfd van haar grootvader, met de vraag om de echtheid van het werk te verifiëren. Het blijkt om een onbekend werk te gaan van de middeleeuwse schilder Martin Schongauer. De ontdekking van het werk zet de kunstwereld op z'n kop. Hoewel Torfs twijfelt aan de echtheid van het werk, schrijft hij er een certificaat voor uit. Kort daarna wordt hij thuis aangetroffen - opgehangen. Thomas Berg, net verkast van de Brusselse naar de Leuvense politie, wordt op de zaak gezet.

Het eerste dat opvalt is dat er nogal wat gelijkenissen zijn tussen "De zaak Torfs" en "De mythe van Methusalem". Het begint allemaal met een zelfmoord, die, nadat er een tweede slachtoffer valt, moord blijkt te zijn. Het lijkt wel of "De zaak Torfs" een vingeroefening was voor het "Methusalem". Ik heb het boek op een dag uitgelezen, dus het is zeker vlot geschreven en meeslepend. Het hoofdpersonage, Thomas Berg, ligt mij erg goed. Hij is geen superspeurder, maar een gewone man, die zich naast zijn speurwerk graag verdiept in kunst, gastronomie en muziek, zaken waarmee ik mij wel kan vereenzelvigen. Toch haalt Claes lang niet het niveau dat hij later zou halen met zijn bekroonde boek. Daarvoor is het plot net niet ingenieus genoeg en de ontknoping iets te voorspelbaar. Maar laat dit je zeker niet weerhouden om de boeken van Jo Claes te lezen. Je zou heel wat missen...

Jo Claes: De zaak Torfs. Antwerpen/Amsterdam, Houtekiet, 2015, 368 blz.
Oorspr. uitgave: 2008

zaterdag 4 juli 2015

"Dept. of Speculation" van Jenny Offill

(Ned.: Verbroken beloftes)

"The Buddhists say there are 121 states of consciousness. Of these, only three involve misery or suffering. Most of us spend our time moving back and forth between these three."

Als het heel heet is, verkiezen sommige mensen om te gaan zwemmen. Ik ga liever de koelte opzoeken in een boekenwinkel. Zo heb ik gisteren een groot deel van de namiddag gespendeerd in "De Zondvloed" in Mechelen, mijn favoriete boekhandel. Nu ben ik zelf niet zo'n communicatief persoon, maar ik luister wel graag naar anderen. Zo hoorde ik de vriendelijke verkoper een voor mij onbekend boek aanprijzen aan een andere klant. Het beste boek dat hij dit jaar gelezen had, en het enige boek waarover alle medewerkers van "De Zondvloed" even enthousiast waren. Aangezien ik altijd open sta voor suggesties, en de goede smaak van de medewerkers van "De Zondvloed" niet in twijfel trek, heb ik het boekje ook maar meegenomen.

Het verhaal van "Dept. of Speculation" is gemakkelijk samen te vatten. Een jonge schrijfster huwt en wordt moeder. De dagelijkse bekommernissen van het huwelijksleven en de verantwoordelijkheden als moeder, maken dat ze haar ambities om een grote schrijfster te worden, moet opgeven. Ze raakt helemaal in een depressie als ze merkt dat haar man haar bedriegt.

Het boek kan je lezen als het dagboek van het naamloze hoofdpersonage. Je krijgt geen rechtlijnig verhaal voorgeschoteld, maar een verzameling van soms zeer korte alinea's, die telkens door een witregel worden gescheiden. Die alinea's zijn anekdotes, herinnering, grapjes, lijstjes, bedenkingen, Q&A's en citaten van schrijvers of filosofen. Er wordt wel eens gezegd dat je bij goede boeken 'tussen de regels' moet lezen, en dat kun je in dit boek echt wel letterlijk nemen. Het echte drama dat zich afspeelt lees je niet in wat het hoofdpersonage schrijft, maar moet je in die witregels zoeken. Een voorbeeld: de vrouw spreekt nergens over haar emoties, maar als ze in haar notities bij haar nieuwe boek schrijft: 'Too many crying scenes', weet je genoeg. Op die manier zie je de vrouw steeds verder verzinken in haar depressie; ze vervreemdt volledig van zichzelf. De "I", "You" en "Our daughter" die ze aanvankelijk gebruikt, worden vervangen door "The wife", "The husband" en "The daughter". Experimenteel geschreven, maar eens je door hebt hoe je het moet lezen, wordt het werkelijk aangrijpend.

Dit is een boek dat je zonder twijfel keer op keer opnieuw kunt lezen. Gegarandeerd dat je telkens weer nieuwe dingen 'tussen de regels' leest.

Jenny Offill: Dept. of Speculation. London, Granta, 2014, 181 p.