zaterdag 3 januari 2015

“The Beasts of Tarzan” van Edgar Rice Burroughs


(Ned.: "De dieren van Tarzan")

"Then the ape-man raised his head, as he stood over the carcass of his kill, and once again through the jungle rang his wild and savage victory challenge."

Tarzan was mijn eerste held (nu ja, na Popeye dan misschien). Als kind was ik weg van de oude zwart/wit-films met Johnny Weissmuller of Lex Barker en ik was een verwoede verzamelaar van de stripverhalen (waarvan er toen elke twee weken een nieuw nummer verscheen). Toen ik de oorspronkelijke boeken van Edgar Rice Burroughs ontdekte, was ik helemaal verkocht. Ik vertoefde dan ook heel vaak in Tarzans donkere, gevaarlijke jungle. Het begin van een levenslange interesse voor het personage en de auteur. Ook nu nog, wanneer ik iets speciaals vind, durf ik mijn verzameling aan te vullen.

In “The Beasts of Tarzan” (het derde boek uit een reeks van 24) leven Tarzan en Jane als Lord en Lady Greystoke in Londen. Zij zijn de trotse ouders geworden van een zoontje, Jack. Nikolas Rokoff, Tarzans aartsvijand, die in het vorige boek door Tarzan de gevangenis in werd gestuurd, weet te ontsnappen en hij zint op wraak. Hij ontvoert eerst Jack en daarna ook Jane. Tijdens de zoektocht naar zijn familie wordt Tarzan in de val gelokt en achtergelaten op een onbewoond eiland, waar hij moet overleven tussen de woeste en hongerige wilde dieren. Maar dat is natuurlijk niets nieuws voor Tarzan, en het zal niemand verwonderen dat hij van het eiland weet te ontsnappen. Met de hulp van enkele zwarte krijgers, een panter en een troep woeste mensapen begint Tarzan aan een achtervolging op Rokoff om zijn vrouw en zoon te vinden en om wraak te nemen op zijn nemesis.

In de boeken van Burroughs is Tarzan de ‘nobele wilde’: hoogst intelligent en geciviliseerd, maar zogauw hij weer in de jungle terecht komt, valt dat dunne laagje beschaving volledig weg. Hij verandert dan in een wild dier, dat er niet voor terugdeinst om zijn vijanden – mens of dier – genadeloos aan te pakken en, zo nodig, te verscheuren. Er vloeit nogal wat bloed in deze boeken. Ja, wie enkel de Disney-versie van Tarzan kent, zal wel even opkijken als hij de ‘echte’ aapmens leert kennen.

Wat maakt het uit dat de dialogen soms hopeloos ouderwets klinken, dat de gebeurtenissen erg voorspelbaar zijn, en dat er net iets te veel toevalligheden zijn om het verhaal nog geloofwaardig te maken. Voor mij valt er zelfs te leven met het stereoptype, ridicule beeld van de inheemse Afrikaanse stammen (ja, de snoodaards zijn natuurlijk kannibalen!). Uiteindelijk werd dit meer dan 100 jaar geleden letterlijk als pulplectuur geschreven - dit is puur escapisme. Tarzan is nog steeds een fascinerend personage en voor mij blijft het dan ook een plezier om (heel af en toe) deze boeken te herlezen.

Edgar Rice Burroughs: The Beast of Tarzan. New York, Fall River Press, 2012, 200 p.
Oorspr. editie: 1914

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen