woensdag 18 maart 2015

“De linkerhand van het duister” van Ursula K. Le Guin


(Oorspr. titel: “The Left Hand of Darkness”)



“Het is yin en yang. Licht is de linkerhand van het duister (…) Licht en donker. Angst en moed. Koude en warmte. Vrouwelijk, mannelijk. Twee en toch één.”


Ik grijp niet gemakkelijk naar vertalingen uit het Engels. Deze “Linkerhand van het duister” heb ik hier al ruim 25 jaar liggen en hoewel dit boek als één van dé klassiekers van de sciencefiction wordt beschouwd, heb ik het altijd links laten liggen. Nu ik het eindelijk gelezen heb, besef ik weer waarom ik niet gek ben van vertaalde werken. De taal klinkt stroef – ik zit zelf heel de tijd te denken hoe zinnen en beschrijvingen in het origineel Engels zouden klinken. Beter, kan ik me voorstellen. Dat uit de weg, en ik kan me focussen op het verhaal. En wàt een verhaal!


De inwoners van de planeet Winter zijn androgyn – de grootste tijd zijn ze gelachtsloos; slechts enkele dagen per maand worden ze ofwel vrouwelijk, ofwel mannelijk en zijn dan vruchtbaar. Die cyclus beheerst hun hele leven en denken. Genly Ai is een gezant van de aarde, die moet proberen de leiders van Winter te overtuigen om zich aan te sluiten bij de Oecumene, een federatie van planeten. Hij botst echter op een volk dat zo verschillend is van alle andere volkeren, dat hij het onmogelijk kan begrijpen. Estraven, een verbannen politicus (een onvergetelijk personage), wil het opnemen voor de missie van Ai. Het onbegrip en wantrouwen is echter groot.


Tijdens een maandenlange, barre en gevaarlijke tocht door de ijzige kou, groeien Ai en Estraven naar elkaar toe: van begrip en waardering, tot respect, vriendschap en zelfs een buiten-gewone vorm van liefde. De achterliggende boodschap is duidelijk: achter al de verschillen, zijn we allemaal hetzelfde.


Al te vaak denken velen bij het horen van “sciencefiction” enkel aan de ‘hard SF’, dat subgenre dat zich focust op futuristische technologie. Zelf heb ik de laatste jaren een grote voorliefde voor de SF die zich meer op het menselijke aspect toespitst. Het zal wel geen toeval zijn dat het vaak vrouwelijke auteurs zijn die hierin uitblinken. “De linkerhand van het duister” is daar een mooi voorbeeld van. In een boek van nauwelijks 250 bladzijden creëert Le Guin een wereld die zo alien is, en toch zo rijk en geloofwaardig ... Andere auteurs hebben ellenlange reeksen van dikke pillen nodig om hetzelfde effect te bekomen. Een op het eerste zicht politiek geïnspireerd verhaal, dat eigenlijk gaat over angst en wantrouwen voor het onbekende en de moeilijke weg naar het leren leven met elkaar. De feministische boodschap (‘er is geen verschil tussen de seksen’) was in de tijd dat het verscheen (eind jaren ’60) zeer revolutionair. Heel mooie roman, die verdiend de twee belangrijkste SF-prijzen in de wacht heeft gesleept: de Hugo en de Nebula, maar die ook buiten het sciencefictionwereldje de nodige aandacht verdient.


Ursula K. Le Guin: De linkerhand van het duister. Amsterdam, Meulenhof, 1988, 248 blz.

Oorspr. uitgave: 1969

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen